Door Hans Voerknecht op 29 april 2014

Waarom de politiek het ‘toch nooit goed doet’

De algemene analyse van de geringe opkomst bij verkiezingen en de politieke versplintering is dat de overheid niet naar de mensen luistert. Terwijl vrijwel alle politici hun uiterste best doen om ‘naar de mensen te luisteren’ en inwoners te betrekken bij de politieke besluitvorming. Maar de onvrede wordt alleen maar groter. En dit probleem speelt eigenlijk in alle landen. Dus er is iets anders aan de hand. Enige analyse leert, dat het nu eenmaal niet anders kan, dat het democratische politiek proces in grote lijnen voor individuele burgers onbevredigende uitkomsten levert. Dat heeft de volgende redenen:

  1. Overheidshandelen valt vaak pas op als het misgaat

Zaken als riolering, wegenonderhoud, afvalverwerking, watervoorziening, droge voeten, krijgen pas aandacht als er iets misgaat. Dat er heel veel overheidswerk en aandacht van politici voor nodig is om dat voor elkaar te krijgen (al was het maar in termen van genoeg, maar ook weer niet onnodig veel, geld beschikbaar krijgen), valt niemand op. Als alle straatlantaarns het doen, zal niemand een tevreden briefje naar de gemeente sturen, zodra een halve straat 2 weken zonder licht zit, krijgt diezelfde gemeente de wind van voren.

  1. De media-aandacht gaat naar waar het misgaat

Onlangs was er groot tumult over de mislukte Fyra-aanbesteding. Er werd zelfs een TV-uitzending gewijd aan de vraag, waarom de overheid dit soort megaprojecten toch nooit goed doet. Terwijl sinds de Betuwelijn de ene na de andere uitvoering van megaprojecten binnen de tijd en binnen het budget uitvoert (voorbeelden: De Hanzelijn, De Tweede Maasvlakte, Rotterdam Centraal). Nederlandse planners en controllers worden zelfs in het buitenland uitgenodigd om uit te leggen hoe ze dat voor elkaar krijgen. Maar de eerste paginabrede voorpaginakop ‘Uitvoering Rotterdam Centraal binnen planning en budget’ moet nog komen. En dus krijgen de inwoners het beeld voorgeschoteld dat de overheid er een potje van maakt.

  1. Naar de mensen luisteren betekent niet dat jij je zin krijgt

In ongeveer de helft van de gevallen zal de overheid, de politiek iets doen, wat je bevalt, en in de andere helft, iets wat je niet bevalt. En voor iedereen gebeurt het, dat de politiek een in jouw ogen afzichtelijk besluit neemt. En hoe verder jouw standpunten van het politieke midden staan, hoe vaker dat zal gebeuren. Omdat er nu eenmaal heel veel mensen in Nederland zijn die er een totaal andere mening, levens- of maatschappijvisie op nahouden. En dat is een visie die niet abject is of minder waard is, integendeel, het is een mening waar evenzeer serieus rekening mee gehouden moet worden. En dat betekent dus, dat je heel vaak ‘je zin niet krijgt’.

  1. De megalomanie van 1 stem

Mensen stemmen bij voorbeeld op de VVD om de PvdA buiten de regering te houden, of op de PvdA om Rutte uit het torentje te houden. Of op de SP om het rechtse afbraakbeleid te stoppen. Et cetera. Terwijl 1 stem dat natuurlijk nooit voor elkaar kan krijgen. Links Nederland leeft in een land, waarin ongeveer de helft van de mensen rechts stemt en vice versa. Dus de invloed van één stem is beperkt en hoewel de teleurstelling begrijpelijk is, dat er dan toch een regering komt, die jij niet gewenst had, het is een onlosmakelijk gevolg van de democratie die we hier hebben. Overigens er geen slechtere reden om niet te gaan stemmen dan die beperkte invloed denkbaar, want een heleboel keer die ene stem kan wel degelijk een grote invloed hebben.

  1. De neiging om in (simpele) oplossingen te denken

Met de slogan ‘we gaan aan de slag om een beter winkelklimaat te scheppen’ zul je weinig stemmen winnen. Maar met de slogan ‘ruimere openingstijden voor winkels’ wel. Die laatste oplossing kan wel eens niet het beoogde effect (een hoger rendement voor winkels) kan hebben. Het is nog maar de vraag of die ruimere openingstijden leiden tot een zoveel hogere consumptie, dat daarmee de extra kosten van personeel e.d. gedekt kunnen worden, is nog maar de vraag. En de nadelige effecten van een dergelijk besluit, zoals het in de knel komen van kleine MKB-ers en de grotere vraag naar gemeentelijke diensten (en dus hogere maatschappelijke kosten) worden maar al te gemakkelijk over het hoofd gezien. Dus zo’n besluit is gemakkelijk genomen, maar leidt waarschijnlijk niet tot tevreden kiezers, omdat het waarschijnlijk even slecht met de winkels blijft gaan als eerst. Hetzelfde geldt voor de mensen die zeggen het Marokkanenprobleem wel even op te zullen lossen, terwijl dat ongeveer neerkomt als aan Italië vragen het probleem van de maffia op te lossen. Iedereen denkt te weten hoe het moet, maar met een goede probleemanalyse scoor je totaal niet electoraal. Terwijl we wel met 12 miljoen premiers zitten, die het allemaal beter zouden doen dan Rutte.

Wat dan?

Dit leidt natuurlijk tot teleurstelling, cynisme en rancune. En tot partijen die vanuit die motieven gaan opereren. Partijen die scoren door om de zin te vertellen, wat de andere partijen fout doen, zonder een analyse, laat staan een werkzame oplossing te hebben voor het vraagstuk. Het grote probleem gaat zich voor doen, zodra het cynisme aan de macht komt. Zolang er een gemeenschappelijke vijand is, kunnen de gelederen gesloten blijven, zodra er zelf (positieve) actie ondernomen moet worden is er geen samenbindende visie of mensbeeld. Dat gebeurde bij de LPF, bij de PVV, maar ook bij veel lokale (protest-)partijen. Zodra ze aan de macht zijn, hebben ze eigenlijk geen idee welke kant het op moet en moeten vaak constateren, dat de partijen die ze eerst zo fel bestreden het eigenlijk nog niet zo gek deden. Het is dus van ongelofelijk belang, dat we ons realiseren, dat cynisme, het ‘alleen maar tegen zijn’, rancune nooit een basis kan zijn om politiek op te bedrijven. En het is ook om die reden levensgevaarlijk om met partijen die vanuit die motieven handelen, samen te werken. Omdat er geen positieve levens- of maatschappijvisie ten grondslag ligt aan hun handelen. En er dus nooit een basis kan zijn voor samenwerking.

Het tweede is, dat de politiek aan verwachtingenmanagement moet gaan doen. Als er plotseling heel veel mensen op je stemmen, maar ze doen dat vanwege the wrong reason ben je niet alleen die mensen kwijt, je hebt er bovendien teleurgestelde kiezers voor gekregen. Die misschien in lengte van jaren nooit meer op je gaan stemmen. Het is dus van het grootste belang om tegen kiezers te zeggen:”Wij denken dat de door u gewenste fietstunnel, parkeergarage, uitbreiding van het bedrijventerrein(…) in de huidige situatie en binnen de financiële mogelijkheden een slecht plan, omdat …, maar we willen u graag betrekken bij een aanpak voor meer (fiets-)veiligheid, een beter parkeerbeleid, een goed economisch klimaat in onze gemeente” .

 

 

Hans Voerknecht

Hans Voerknecht

Hallo, ik ben Hans Voerknecht, ik woon sinds 1992 in Pijnacker. Ik heb 3 jonge kinderen (8, 7 en 4) en ben 54 jaar. Wat mij in de Partij van de Arbeid aanspreekt is dat het een partij is die staat voor samen en solidair een maatschappij maken, maar ook dat het er om gaat,

Meer over Hans Voerknecht